Kinderen kunnen hevig ontsporen. Soms zie je het al wanneer ze nog heel klein zijn. Ze stoken fikkies, vernielen spullen van anderen, of plegen kleine diefstalletjes. Soms hebben ouders door allerlei omstandigheden geen zicht op dit gedrag, soms voelen ze zich onmachtig om er wat aan te doen.
Onmacht vraagt om coaching, bij onwetendheid dienen ouders in kennis te worden gesteld. Maar het is lastig om ouders aan te spreken op gedrag van hun kind. Het is voor ouders moeilijk te aanvaarden dat hun kind iets verkeerds gedaan heeft. Leerkrachten horen het dagelijks: “dat doet mijn kind niet, mijn zoontje is heel sociaal, het ligt aan zijn vriendjes…”
Hoe ernstiger de beschuldiging hoe onverdraaglijker voor ouders. Het kán en mág gewoon niet waar zijn. Zo sprak ik eens een politieagent die was terecht gewezen door de oma van zo’n boefje. Oma kwam voorbij toen het joch van de agent een uitbrander kreeg. Echter i.p.v. haar kleinzoon aan te spreken werd ze boos op de agent!
De agent was vast niet blij, maar erger is het dat oma een foute boodschap gaf aan haar kleinkind met deze interventie. Of de agent haar alsnog op de bon heeft geslingerd, of haar op een andere manier heeft gecorrigeerd weet ik niet. Ik hoop van wel, want een oma die haar kleinkind verdedigt bij misstanden gaat ook over een grens.
Het gaat te snel om te concluderen dat het om een crimineel milieu ging. Misschien kon oma het niet aanzien of schaamde ze zich dat haar kleinzoon door de politie werd aangesproken. Kleine jochies kunnen best eens een keer in de fout gaan, zonder voor galg en rad op te groeien. Als er tijdig wordt ingegrepen. Een flinke uitbrander van een agent tegen een jochie van 7 jaar, gesteund door de familie, kan voorkomen dat verloren zijn tegen hun 15e jaar. Oma had de agent dankbaar moeten zijn.
Nellie toestelnummer 1015